Dominantie bij honden, hoe zit het nu eigenlijk?

Een inzicht volgens de nieuwste kennis.

 

Bij honden in een roedel is er sprake van een rangorde, deze wordt bepaald door de reu en teef die bovenaan de rangorde staan en de leider zijn. Om een rangorde te maken zijn er individuen van hetzelfde soort nodig, daarom kan er geen sprake zijn van een rangorde tussen mens en hond. Een ander aspect dat nodig is om een roedel te vormen is dat de individuen een relatie hebben met elkaar. Dat betekent dat vreemde honden die elkaar tegen komen geen dominantie-ondergeschiktheid kennen. Ook honden die elkaar een enkele keer zien spreken niet van een hiërarchie. Ze kunnen wel van hun interacties leren, elke keer als ze zich tegenkomen kan dat leuk of minder leuk zijn. Ten onrechte wordt de interactie vaak bestempeld als “spel”, maar van spel is tussen vreemde en zelfs bekende honden vaak weinige sprake.

Stel, als u de Franse taal niet spreekt en iemand vraagt u iets in het Frans, dan weet u niet wat diegene bedoeld en kunt hem daardoor niet helpen. Met dit voorbeeld kunt u zien dat communicatie tussen mensen (dezelfde soort) al heel lastig kan zijn, laat staan de communicatie tussen individuen die niet van dezelfde soort zijn zoals mens en hond. Natuurlijk is de wolf 30.000 jaar geleden langzaam bij ons gekomen en heeft veel geleerd over de communicatie skills van mensen, maar dat wil niet zeggen dat wij in de communicatie skills bij honden onderling ineens meedoen. Wel hebben ze geleerd wat wij van een hond verwachten en daar passen ze zich naar aan. Het heeft dus onder andere te maken met hoe consequent jij als eigenaar bent.

Een hond als laatste eten geven omdat er anders gedacht wordt dat deze zich hoger in rang zou voelen als de hond als eerste eten krijgt geldt gewoon niet in een mens-hond relatie. De hond is blij als deze eten krijgt (emotie: verwachting!), ongeacht of dit voor of na onze maaltijd is. Dat geldt ook voor het “ik ga eerst door de deur” verhaal. Een hond ziet de mogelijkheid om door de deur te gaan, daarbij denkt deze niet ‘oh nu ben ik hoger in rang’, de hond reageert op de mogelijkheid die zich voordoet. Dat betekent echter niet dat deze u zomaar mag omduwen om naar buiten te gaan. Daarbij komt het consequent en duidelijk zijn naar voren. Door elke keer helzelfde te doen weet de hond wat hem te wachten staat. Als u bij iedere deur vraagt aan de hond om te gaan zitten en wachten op het commando “kom hier” dan is dat heel duidelijk. Echter, als uw hond eerder bij de deur is kan die rustig doorlopen, hij loopt u immers niet omver of in de weg toch?

Door duidelijkheid te scheppen en elke keer hetzelfde te doen weet uw hond wat de bedoeling is. Als deze de kans krijgt om andere dingen te doen die u niet wilt is dat omdat de hond het gewoon probeert (een extrovert persoon zal sneller grenzen opzoeken dan een introvert persoon; individuen!). Betrek het ook op uzelf, u probeert ook dingen uit als zich een mogelijkheid voordoet. Bijvoorbeeld: een hond die op de bank springt is geen dominante hond, deze hond ziet een mogelijkheid en probeert dat uit. Als dit niet mag, moet u als eigenaar duidelijk zijn en de hond van de bank afhalen, telkens weer opnieuw. Als de hond de ene keer wel mag en de andere keer niet is er geen duidelijkheid en zal de hond er toch opspringen omdat de mogelijkheid zich voor doet en omdat er in het verleden niet consequent op gereageerd is.

Zoals u begrijpt ben ik geen fan van de dominantietheorie. Deze theorie heeft zich gevormd aan de hand van een paar kleine studies die net na de Tweede Wereldoorlog hebben  plaatsgevonden. Echter is deze studie gedaan op wolven, iets dat onze honden absoluut niet meer zijn. Komt weer een vergelijking: Chimpansees en mensen bestaan voor 98%(!) uit hetzelfde DNA materiaal. Stel, er komen buitenaardse wezens en die willen de mens gaan observeren, maar zien dan de chimpansees die ook veel op ons lijken (voor 98%). De aliens kunnen denken och wat maakt die 2% verschil nou uit? En dat is wat wij ook doen met de vergelijking tussen wolven en honden.

Die 30.000 jaar geleden zijn wolven met een kleine DNA mutatie om mensen blijven heen zwerven. Zij hadden duidelijk geen angst en zagen de mogelijkheid resten eetbaar afval van ons op te eten. Doordat deze mutatie wolven met andere mutatie wolven jongen hebben gekregen zijn die jongen ook met het mutatie gen geboren. Duizenden jaren later heeft zich dus een nieuwe zijtak van de hondachtigen ontwikkelt.

We gaan even terug naar de studies die vlak na WW2 zijn gedaan, dit waren studies met wolven die 1) random uit het wild zijn gehaald, 2) dus geen wolvenfamilie waren, 3) op een veel te klein stuk land leefden, 4) waar te weinig voedsel was. Een nieuw voorbeeld, als ik met een groep mensen in een kamer vast zit die ik nog nooit heb gezien en de deur wordt op slot gedaan zodat we niet meer naar buiten kunnen. We hebben geen eten en 1 keer in de week wordt er 1 broodje door een luikje gegeven. Reken maar dat er dan enorme agressie wordt vertoond door ons mensen. Dit is precies hetzelfde wat er gebeurde bij deze wolvengroep. Ze vochten elkaar de tent uit en er was veel agressie onderling. Als de opsluiting met jouw eigen zou zijn zou je je veel toleranter opstellen, ook zou er minder agressie te zien zijn omdat elkaar meer wordt gegund. Dit als je natuurlijk een hechte familie hebt. Échte wolvenfamilies laten zelden agressie zien, want laten we eerlijk zijn, als je een relatie wilt onderhouden dan zal dat moeilijk worden als je elkaar om de haverklap in elkaar slaat…

Gelukkig zijn er tegenwoordig vele studies die de dominantietheorie keer op keer ontkrachten, maar het blijft bij de ‘gewone’ hondeneigenaren en helaas nog veel “hondengedrag/ervaringsdeskundigen” (en alle varianten die je daarop kunt bedenken) hardnekkig erin zitten, vanwege onder andere bekenden mensen zoals Cesar Milan maar ook door de oude theorieën in (soms moderne) boeken, het niet volgen van moderne nascholingen en omdat het gewoon gemakkelijk is om een hond een stempel te geven en vervolgens in dat hokje te stoppen.

 

Maar hoe kunnen we dan bepaald gedrag verklaren?

In een mens-hond relatie is er geen sprake van een dominante hond. Dat dominantie vaak als een karaktereigenschap wordt gegeven is erg kwalijk. Dominantie kan alleen getoond worden als er 2 individuen (honden!) zijn. Omdat die honden in dezelfde familie moeten wonen en veel mensen maar 1 hond hebben is er daarom bij die ene hond NOOIT sprake van een dominantiemodel. Honden die elkaar een keer in de week zien, bv. tijdens een uitlaatservice groep kunnen dus geen dominantie onder elkaar laten zien, het zijn immers geen families.

Bij honden zijn er 4 onderdelen nodig om gedrag te uiten.

  1. Leerervaringen
  2. Band
  3. Resources
  4. Emoties

 

1. Leerervaringen tussen honden kunnen zijn wanneer je tijdens de wandeling iedere keer eenzelfde hond tegenkomt. Als die hond telkens met een hoop bombarie op die van u komt afgestormd dan is de kans groot dat de hond (op basis van zijn (leer)ervaringen) deze hond niet leuk vindt. Uw hond kan daardoor stresssignalen vertonen en gaan klimmen in de ladder van agressie. Niet omdat u een dominante hond heeft, maar omdat uw hond heeft geleerd dat die andere hond helemaal niet leuk is! Uw hond wil zichzelf verdedigen door bv. agressie te tonen. 9,9 van de 10 keer is angst de leidende emotie waarom een hond uitvalt.

2. De band die honden onderling hebben wordt gebaseerd op de leerervaringen. Als u dagelijks een hond uit de buurt tegenkomt en zij samen kunnen het oprecht goed met elkaar vinden dan is de kans dat er bv. agressie wordt vertoond minder. Echter zal er ook in dit geval nooit sprake zijn van een familie of relatie tussen deze honden. Daarvoor moet je echt dag en nacht met elkaar samenleven.

3. Resources is een Engelse term voor “object” en een object kan heel breed worden genomen. Denk aan een bot, de voerbak, de mand, het bed, een persoon, een plaats, een ruimte, een speeltje, een andere hond etc. De vraag die de hond zich stelt is “hoe belangrijk is dit voorwerp voor mij?” en “hoe ver ben ik bereid te gaan om dit voorwerp bij mij te laten blijven”. De onderliggende emoties die hierbij vaak van toepassing zijn verwachting en angst; de hond voorspelt dat het speeltje wordt afgepakt omdat het baasje deze uit de mond wil halen, door te grommen blijft het baasje weg en kan de hond verder met zijn speeltje.

4. De emoties, zoals u hierboven al heeft kunnen lezen, zijn een HELE belangrijke factor om bepaald gedrag te laten zien.

 

Al deze 4 punten samen verklaren waarom een hond bepaald, specifiek gedrag laat zien. Alle honden die met de stempel dominantie zijn betiteld kunnen aan de hand van deze 4 punten met een emotie worden toegewezen. Daar is “dominantie” er nooit een van. Dus eigenlijk kun je zeggen dat dominantie zoals “men” en de wetenschappers het kennen eigenlijk niet bestaat. Het wordt (tot nu toe) enkel gebruikt om vervelend gedrag bij een dier te “verklaren”.

Door honden consequent op te voeden en een duidelijk verwachtingspatroon op te stellen volgt uw hond u feilloos. Het is veel prettiger om samen te werken dan tegen elkaar in. De ene hond probeert wat meer, de ander wat minder, dat verschilt per hond. Dus de volgende keer dat iemand uw hond als “dominant” bestempeld kunt u gewoon dit verhaal vertellen!